Drie jaar heeft Abdulwahid van Bommel (1944) gewerkt om Masnawî te vertalen in het Nederlands, op een dieet van sterke koffie. Want Mohammed Roemi vertalen met een volle maag, dat gaat niet. Daarvoor gaan de ruim 25.000 verzen van de Masnawî, het meesterwerk van de middeleeuwse Perzische mysticus, te veel over het duizelingwekkende verlangen terug naar God, naar de geliefde vriend, naar de baarmoeder – zoals een rietfluit klaaglijk getuigt van heimwee naar het rietbed waaruit zij is losgesneden. De Masnawî opent met dit Lied van het riet en dat is meteen Van Bommels favoriete fragment uit Roemi’s werk. Dankzij Unesco en de burgemeester van de Turkse stad Konya kon deze ‘Perzische Koran’ voor het eerst integraal in het Nederlands worden vertaald.
Daar staat hij dan: de cassette met zes delen dundruk, in een kosmisch granaatappelmotief. Er zijn veel ezelsoren te vouwen in deze caleidoscoop van leerdicht, lyrische bekentenissen, fabels, sprookjesachtige verhalen, wijze toelichtingen en hetero- en homo-erotische anekdotes, waarin acht eeuwen voor Reve al ezels figureren. Van Bommel heeft met zijn deskundige aantekeningen Roemi’s Perzische Koran inderdaad toegankelijk en acceptabel gemaakt voor een breed mystiek georiënteerd publiek. Toch zullen sommige christelijke, joodse, ongelovige of vrouwelijke lezers hier en daar hun wenkbrauwen nog fronsen.
Binnen drie jaar van 25.577 Perzische verzen meeslepende Nederlandse poëzie maken, dat lukt natuurlijk niemand. Ritmisch heeft voormalig jazzmusicus Van Bommel zich goed gered, maar de literaire lezer krijgt veel gedwongen rijm te verdragen. Toch is Van Bommels Masnawî in letterkundig opzicht beslist een aanwinst met zijn goudmijn aan metaforen en literaire motieven.
Een in 2002 verschenen Engelse vertaling van de Masnawî maakte van Mohammed Roemi in de Verenigde Staten veruit de best verkochte dichter van het vorige decennium.
Roemi is lang aan Nederland voorbijgegaan. En ook nu houden de betrokkenen het liever onder ons: “Het huidige klimaat wat betreft de islam is natuurlijk niet echt gunstig”, vindt Van Bommel. “Toen ik benaderd werd voor de vertaling heb ik eerst zelfs geweigerd en gezegd: dat leest toch geen hond! Maar bij de presentatie zat de zaal vol.